Een creatieve blik vanuit het Praktijklokaal.
door Brigiet van den Berg (stagiaire EGBG)
——————————
Het eindexamen filosofie van 2008 zal gaan over de manieren van het benaderen van de werkelijkheid. Naast de religieuze en rationele benadering voegt Erwin Smit, stagiair filosofiedocent, hier een derde benadering aan toe, namelijk de kunstzinnige benadering. Het is de bedoeling dat de leerlingen in een betoog de manier van kijken waar zij de voorkeur aan geven zullen verdedigen. Onder leiding van twee creatieve personen/kunstenaars zijn twee klassen van Erwin woensdag 30 mei het Praktijklokaal in gegaan om zo aan den lijve te ondervinden wat dit creatieve kijken in de praktijk inhoudt.
Leerlingen op een creatieve manier naar de werkelijk laten kijken. Dat is nogal een vraag aan een student grafisch ontwerp. Toch heb ik meerdere malen gemerkt dat mijn blik gedurende de (studie)jaren is veranderd. Andere dingen vallen op, je legt andere verbanden, maar hoe kun je anderen ditzelfde laten ervaren?
Voordat we naar buiten gingen vroeg Erwin aan de andere kunstenaar en mij of we door de natuur wilden wandelen of liever door de wijk. ‘Door de wijk natuurlijk!’ riepen we tot Erwin’s verbazing in koor. Daar kun je sociale verschillen zien, mensen zijn vele malen inspirerender dan mooie vergezichten. Eenmaal buiten werd al snel duidelijk dat de grootste vraag van de leerlingen was: ‘Wat is kunst nou eigenlijk?’. Zijn de architectonische pilaren tussen het plein en de school kunst? En het ‘kunstwerk’ wat voor de school staat, waarom noemen we dat kunst? Moet kunst mooi zijn? Of knap?
Creatief kijken kan kunst opleveren, om creatief te kunnen kijken naar je omgeving moet je verbanden durven leggen. Je open stellen voor rariteiten en op een scherpzinnige manier observeren. Terwijl de leerlingen vrolijk kletsend verder liepen, kwamen we bij de eerste rij huizen aan. Tijd voor een voorbeeld. Wat mij opviel is dat de rechter rij huizen vooral luxaflex voor de ramen hadden terwijl het rijtje ernaast vooral gordijnen hadden. Een kleine observatie maar voedsel voor een leuke discussie over beïnvloedbaarheid en individualiteit in een rijtjeshuis. Ook aan de voorkant van de huizen waren er dingen opvallend, bijvoorbeeld dat er stukken waren waar buren duidelijk hadden overlegd over de indeling van de tuin, een paadje deelden of een heg hadden laten doorlopen. Wat zou dit betekenen? Is dit bewijs van een goede burenrelatie? De leerlingen begonnen zelf dingen op te merken, versieringen aan de buitenkant van huizen, dat er drie dezelfde auto’s stonden. Kleine dingen, maar dat zijn nou juist de dingen om lekker op los te associëren. Wat voor mensen zouden hier wonen? Waarom heb je eigenlijk beeldjes in je vensterbank staan als je die zelf niet kan zien? Omdat we iets te lang stil stonden voor een raam, kwam de bewoonster ons vragen waar we nou toch zo naar keken. ‘we kijken creatief’ werd er gezegd. En er werd gevraagd of de vrouw zelf kunst aan de muur had. ‘Nee’ zei ze. ‘Alleen wat IKEA-posters.’ en dat mogen we toch geen kunst noemen, of vonden we van wel? Blijkbaar is dat toch de leukste vraag om te stellen. Doel was niet om antwoord te geven op die vraag of om kunst te maken, maar om creatief te durven kijken. Wat zeggen die kleine dingen over wat je ziet? Een paar leerlingen begrepen het verschil, een paar ook niet.
Bij de tweede klas werd DE vraag al gesteld voordat we ‘t plein af waren. Maar nu waren we voorbereid, dit was niet de vraag waar we antwoord op zouden gaan geven, het ging om de manier van kijken, niet om de resultaten. Dit antwoord werd geaccepteerd en beter nog, ook begrepen. Een van de leerlingen viel het op dat het plein voor het Han Fortmann de vorm had van een mens. Een mooi startpunt voor een leuke wandeling. Een wandeling waar veel gesproken werd en veel gevraagd werd. Kun je leren creatief te zijn, of creatief te kijken, of is dat iets waarmee je wordt geboren? Volgens mij is het duidelijk iets dat je kunt leren door het vaker te doen. De valkuil hierbij is natuurlijk dat als je geforceerd creatief probeert te kijken je eigenlijk rationeel kijkt en toeval niet toelaat. Toch is het leuk je in zo’n wandeling open te stellen voor je omgeving en probeert verbanden te leggen. Hoe vaker je dit doet, hoe vrijer je associaties en hoe natuurlijker het gaat., en dus hoe creatiever je kijkt. Tot een behoorlijk groot deel van de klas drong dit door. Ze zagen hier de lol ook van in; het leuk vinden gekke dingen te durven denken en visueel te zien.
Kortom, een geslaagde wandeling. En volgens Erwin zeker voor herhaling vatbaar. Misschien ook met mensen van verschillende praktijkrichtingen afhankelijk van het lesonderwerp. En zoals Aristoteles al wist is lopen met studenten een fijne afwisseling in het lesprogramma.
